EEUW DER KONINGINNEN*

De bevolking van Nederland groeit in honderd jaar bijna twee maal zo snel als de rest van Europa. Wat is er met ons aan de hand?

Inhoud
In de onderstaande figuren wordt de ontwikkeling van het inwonertal van Nederland vergeleken met zijn buren. Uitgezet zijn de groeifactoren sinds 1900 als functie van de tijd. De gegevens voor Nederland zijn ontleend aan een publicatie van het CBS [1], en voor de andere landen aan tabellen die te vinden zijn op een website van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek [2].

Kleine Landen
Nederland is in 1900 binnen Europa één van de vele kleintjes en ons land telt - evenals Zweden - 5,1 miljoen inwoners. Portugal en Oostenrijk zijn talrijker en België leidt het groepje met een bevolkingsaantal van 6,7 miljoen. In 2000 hebben wij deze landen ruimschoots achter ons gelaten en is onze bevolking met meer dan een factor drie toegenomen tot 15,9 miljoen. Wij zijn met grote voorsprong geworden de grootste van de kleintjes.

PawPlot - P.Duinker

FIGUUR 1. Bevolkingsevolutie in de periode 1900 - 2000 van Nederland (zwart) en vele andere kleinere landen in Europa zoals aangegeven. Uitgezet zijn de groeifactoren t.o.v. 1900. De getallen links en rechts zijn de bevolkingsaantallen in miljoenen voor respectievelijk 1900 en 2000.

Grote Landen
De eerste en tweede wereldoorlog veranderen het verloop van de bevolkingscijfers van de deelnemende grote landen dramatisch, zoals te zien in de tweede figuur. De Nederlandse gegevens laten een kleine hapering zien rond 1918 t.g.v. de Spaanse griep en de enige duidelijke afvlakking vindt plaats in de laatste jaren van de tweede wereldoorlog. Van een vermindering van de totale bevolking in deze periode, zoals in enige andere Europese landen is geen sprake. In het begin van de zeventiger jaren zet overal in Europa een vertraging in [1,3] en deze afzwakking van het geboorteoverschot is waarschijnlijk te danken aan de introductie van de anticonceptie pil. In ons land is deze verandering aanzienlijk minder groot dan in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje.

PawPlot - P.Duinker

FIGUUR 2. Evolutie van de groeifactoren in de periode 1900 - 2000 van Nederland (zwart) en de grotere landen in de Europese Unie.

E.U.15
In de derde figuur wordt Nederland vergeleken met de groeifactoren van de som van de vijf landen binnen de E.U. met een grotere bevolking - rode getrokken kromme - en de som van negen landen met een kleinere bevolking - groene getrokken kromme. Het totaal, inclusief Nederland, wordt door de blauwe kromme weergegeven. Het afwijkend groeigedrag met meer dan een factor drie van Nederland springt in het oog. De anderen binnen de E.U.15 blijven hierbij ver ten achter en groeien bijna een factor twee langzamer.

PawPlot - P.Duinker

FIGUUR 3. Evolutie van de groeifactoren in de periode 1900 - 2000 van Nederland (zwart) en de som van de kleinere (Griekenland, België, Portugal, Zweden, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Ierland en Luxemburg), de grotere E.U. landen (Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje) en het totaal inclusief Nederland in respectievelijk groen, rood en blauw.

Nederland
Het uitzonderlijk groeigedrag van Nederland wordt in de laatste figuur nog eens extra belicht. Uitgezet zijn de groeifactoren in 2000 voor 15 E.U. landen en voor het totaal. In 1900 bevinden alle landen zich per definitie op de verticale grijze lijn door het punt bij 1. De groeifactor van het totaal in 2000 wordt aangegeven met de verticale rode lijn. De één standaarddeviatie (1 s.d.) onzekerheid of fout op deze groeifactor wordt door de horizontale rode lijn aangegeven. Gele en lichtblauwe verticale banden, elk één standaarddeviatie breed, verdelen het vlak. Opmerkelijk is het feit dat de grote landen (zwarte sterren) die actief bij de twee wereldoorlogen betrokken zijn geweest zich binnen 1 s.d. van het gemiddelde bevinden. Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië houden elkaar in meer dan één opzicht scherp in de gaten. De kleine landen België en Oostenrijk (grijze sterren), die actief deelnamen aan de eerste wereldoorlog hebben waarden die duidelijk beneden het gemiddelde liggen. Nederland (zwart vierkant) is meer dan vijf standaarddeviaties verwijderd van het Europese gemiddelde. Deze grote afwijking wijst op een intern mechanisme dat de groei opdrijft en in de andere landen niet in dezelfde mate voorhanden is [4].

PawPlot - P.Duinker


FIGUUR 4. De groeifactoren van de 15 E.U. landen in 2000 en hun totaal of gemiddelde. De verticale grijze lijn door het punt 1 op de horizontale as geeft het begin aan in 1900. De groeifactoren in 2000 worden met grijze (de landen met een kleinere bevolking dan Nederland) en zwarte sterretjes (de grotere landen) aangegeven. De rode cirkel staat voor het totaal en het zwarte vierkant voor Nederland. De onzekerheden worden met de horizontale lijntjes aangegeduid. De rode verticale lijn gaat door de groeifactor in 2000 voor het totaal van de vijftien E.U. landen bij RT =1,68±0,25. De gebieden met een afstand van minder dan één, twee, drie, etc. standaarddeviaties van dat gemiddelde zijn afwisselend geel en lichtblauw gekleurd. Voor de toekenning van de fouten zie [4].

Conclusie
Nederland is een buitenbeentje in Europa. "De Nederlanders zijn een groot volk in een te klein land", aldus een Frans historicus. Hij was te beleefd om eraan toe te voegen: "Zij groeien hun land naar de verdommenis". Aan welke interne dynamiek is dit rampzalig groeigedrag te wijten en wanneer is het in gang gezet?

Amsterdam, 1 september 2004
P. Duinker  

Referenties en Opmerkingen

*
De uitdrukking - EEUW DER KONINGINNEN - ben ik voor het eerst tegengekomen in een tekst van Renate Rubinstein. Zij tekende hem op uit de mond van Prins Willem-Alexander tijdens één van de vele interviews ter voorbereiding van haar publicatie ALEXANDER, Een impressie van de kroonprins bij zijn achttiende verjaardag, Staatsuitgeverij,'s-Gravenhage 1985.
1.R.J. van der Bie en J.P. Smits
Tweehonderd jaar statistiek in tijdreeksen 1800-1999,
Centraal Bureau voor de Statistiek; http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/7934A2DE-B87C-4CDF-8BC7-D34F02225620/0/200jaarstattijdreeksen.pdf
2.J.Lahmeyer Population Statistics Home Page, http://www.populstat.info/
3. P. Duinker, Webpagina Nederlandse en Belgische bevolkingsevolutie tussen 1500 - 2000; Historische Bevolkingscijfers: "De Lage Landen", http://www.xs4all.nl/~pduinker/Problemen/Nederland/index.html
4. Opmerkingen
De bepaling van het aantal standaarddeviaties waarmee een meting afwijkt van het gemiddelde staat of valt met een juiste toekenning van de fouten. De 15% onzekerheid in de groeifactor van de som van de 15 E.U. landen is berekend als volgt: Een 2% fout is toegekend aan de bevolkingsaantallen voor de kleinere landen en Nederland in respectivelijk 1900 en 2000. Aan de grotere landen en Oostenrijk wordt een iets grotere onzekerheid toegekend en wel 4% en 3% voor respectievelijk 1900 en 2000. Deze fouten zijn systematisch van aard en kwadratisch optellen leidt tot het bovenstaande eindresultaat van 15%. Binnen het gebied van 1 s.d. van het gemiddelde vallen negen van de vijftien landen (verwachting bij een juiste toekenning van fouten: tien van de vijftien) en binnen 2 s.d., dertien. Denemarken valt net buiten de 2 s.d. grenzen. Statistisch gezien mogen van de 15 landen er 0,7 buiten het gebied van de 2 s.d. grenzen vallen.
De oostelijke grensverandering van Duitsland is in feite de bron van de grootste systematische fout. Het uiterste effect van deze verschuiving in westelijke richting t.g.v. de wereldoorlogen kan geschat worden op de volgende wijze. In 1900 is de bevolking van Duitsland 25% van het totaal en een 11,8 miljoen neerwaartse correctie voor het inwonertal van Oost en West-Pruisen, Pommeren, Posen en Silezië (van 56,4 miljoen inwoners naar 44,6 miljoen in 1900) voor de toekomstige grensveranderingen verandert de groeifactor van het totaal van de E.U.15 in 2000 van 1,68 naar 1,77. Met een 15% fout verandert het aantal standaarddeviaties van de Nederlandse afwijking hierdoor van 5,76 naar 5,07.
Nederland vertoont met zijn grote afwijking abnormaal groeigedrag. De waarschijnlijkheid is 5,7.10-7 voor een statistische afwijking van het gemiddelde van meer dan 5 s.d. en het resultaat kan dus onmogelijk als zodanig worden afgedaan.

 
DE LAGE LANDEN WERELDBEVOLKING THUIS